In heel wat hedendaagse kunst worden levensmiddelen, voeding en tafelen in het creatieproces of het artistieke concept geïntegreerd.
Binnen de artistieke beeldtraditie vormt aandacht voor spijzen een vaste waarde. Voorstellingen van fruit, groenten, wild en gevogelte, van vis en schaaldieren, banket, suikergoed en geestrijke dranken duiken er frequent op. Zij verschijnen als stoffering binnen allerlei composities maar treden ook op als zelfstandig genre doorheen stillevens, ontbijtstukjes, vruchtbaarheidsallegorieën en personin en personoficaties allegoriennen disciplines maar ook als aparte genrestukken: stillevens en banket. De fantasierijke uitbeeldingen van de zestiende-eeuwse Italiaanse schilder Arcimboldo zijn ons wel bekend.

In de schoot van de Kunstgeschiedenis ontwikkelden zich talrijke taferelen waarbinnen in afzondering of in gezelschap wordt gegeten en gedronken. Specifieke spijzen en dranken, typische entourages en de enscenering ervan, incarneren interessante sociaal-culturele codes. Feesten, eetpartijen of banketten getuigen van particuliere gewoontes, courante gebruiken, regels of etiquette. Ze vertellen over hun geografische herkomst, maatschappelijke klasse en persoonlijke identiteit.

Tafelgewoontes spelen een belangrijke rol bij de imagebuilding van aparte personen, specifieke gezelschappen en organisaties. Tafelen wordt als statussymbool vaak met prestige geassocieerd en vandaag hebben werklunches en bedrijfsfeesten hun plaats in het dagelijkse leven veroverd. Eten beantwoordt aan een fysieke behoefte en is letterlijk van levensnoodzakelijk belang. Voor het rijke Westen is dit een evident en alledaags gebeuren. Samen tafelen doet men evenwel ook op de cruciale momenten van het leven: bij vreugdevolle gebeurtenissen of bij hartverscheurend verlies.
Eten impliceert een in min of meerdere mate besloten gebeuren en varieert van een spontaan, intiem samenzijn tot een sociaal gestuurd gemeenschappelijk festijn. Het kan ook symptoom zijn van existentiële eenzaamheid of teken van maatschappelijke uitstoting. Samen tafelen staat immers niet enkel voor de bevrediging van lichamelijke behoeftes maar het stilt ook een honger naar communicatie. Samen tafelen evoceert het verlangen naar symbiose van lichamelijk en psychisch welzijn. Samen tafelen is een intens menselijk gebeuren dat getuigt van sociale dynamiek die ook het particuliere ten goede komt. De steeds groter wordende belangstelling voor eetwaar, koken en tafelen in de hedendaagse Kunst resulteert uit zowel artistiek interne als artistiek externe factoren.
Integratie van voedingswaar als readymade roept uiteraard een artistieke strategie van Marcel Duchamp voor de geest. Het valt inderdaad niet te loochenen dat in het hedendaagse kunstlandschap meer dan eens neo-dadaïstische reflecties opduiken maar ook surrealistisch poëtiserende accenten vormen een belangrijke onderstroom binnen Art & Food connotaties.

Erotische verbindingen tussen eten en seksualiteit, zoals door de door Freud begeesterde surrealistische kunstenaar Salvador Dalí niet enkel in suggestieve beeldspraak maar ook in hallucinerende performances werden gesuggereerd, duiken ook nu nog op.

Demonstratieve aandacht voor verleiding op grond van zintuiglijke prikkelwaarde, gekoppeld aan het vooruitzicht op zinnelijk genot als onmiddellijk daaruit voortvloeiende act (degusteren) maakt begrijpelijk dat een strikte scheiding tussen artistieke verwerking van voedsel readymades enerzijds en koken of tafelen als artistieke bedrijvigheid anderzijds niet altijd relevant is.
Het kook- of keukengebeuren waarbij kunstenaars als koks of pasteibakkers deeg kneden, vlees malen, chocolade brouwen, … verdient inderdaad speciale aandacht. Kunstenaars geven immers op ambachtelijke wijze vorm aan objecten of installaties die al dan niet rechtstreeks op voedsel betrekking hebben. Het materiaal kan in bepaalde gevallen autoreferentieel zijn maar dat is niet noodzakelijk.
In relatie tot hoger genoemde creaties kan een link worden gelegd met de Eat Art als consumeerbare Kunst. Zij is eet- en verteerbaar in de letterlijke betekenis van het woord en ondergaat aldus het normale biologische verwerkingsproces van kauwen, verteren en afscheiden. Eat Art verschilt dus duidelijk van kunstwerken samengesteld uit voedingswaren die in principe eetbaar zijn maar door de kunstenaar op grond van zijn artistiek concept niet tot consumptie zijn voorbestemd.
Eat Art impliceert dus de systematisering van letterlijke kunstconsumptie. In deze context speelde Daniel Spoerri in het begin van jaren zestig een baanbrekende rol. Zijn tableau-pièges waarbij resten en sporen van vriendschappelijk tafelen als relieken aan het oorspronkelijke tafelblad werden bevestigd en nadien in hun geheel verticaal tegen de muur werden opgehangen, impliceerden werkelijke (ver)stil(de) levens als gefixeerde momenten van een gemeenschappelijk gebeuren.

Bij Kunst worden bovendien ook grondstoffen (al dan niet materieel van aard), via intuïtieve toevalligheid (zoals bij het koken) procesmatig omgevormd tot een nieuwe substantie (al dan niet materieel van aard) en nadien aan het publiek al dan niet mentaal ter consumptie of ter participatie aangeboden. Het kookproces zelf en dus ook de artistieke creatie wordt door de kunstenaars dikwijls als een alchemistisch proces geïnterpreteerd. Naar de Kunst toe betekent dit dat triviale materialen doorheen de scheppingsact een transformatie ondergaan die hen een artistieke dimensie verleent.
Het mag ons trouwens niet ontgaan dat het tafelen op zich teruggaat op oeroude rituelen waar het samenzijn, het in communio rond een basisgedachte of overtuiging, centraal staat. Dit gemeenschapsritueel dat ook in de christelijke leer een belangrijke rol speelt, heeft tot inspiratie gediend voor de uitbeelding van talrijke voorstellingen van het Laatste Avondmaal: het afscheidsritueel van Jezus en zijn apostelen, het besef van menselijk verraad en de instelling van de Eucharistie die de toekomstige afwezigheid van Christus ten allen tijde in aanwezigheid zou omzetten. Dit laatste attendeert op het geheim van de transsubstantiatie waarbij brood in lichaam en wijn in bloed worden getransformeerd zonder dat hiervan de zichtbare sporen te zien zijn.

Het kunstwerk dat als consumptieobject onderhevig is aan dezelfde grillige wet van vraag en aanbod. Net zoals de culinaire industrie haar waren uitstalt en deze tot oogverblindende banketten omtovert, zo componeert en etaleert de kunst zichzelf. Beiden delen het strategische spel van enscenering.
Maatschappelijk gezien vormen eetgewoontes en lichaamscultuur veelal de hoeksteen binnen de promotie van commercieel gestuurde mensbeelden.
Dwingende, veelal vrouwelijke schoonheidsidealen liggen aan de basis van obsessionele reacties die vaak ernstige lichamelijke en psychische letsels veroorzaken.
In specifieke gevallen kan de keuze voor organisch materiaal in de vorm van voedingsmiddelen begrepen worden als metafoor voor de menselijke eindigheid. Groenten en vruchten worden opgevoerd in hun procesmatig verloop van groei, bloei en verrotting. Een vergankelijkheidproces dat op zijn beurt nieuw leven helpt genereren en hieraan zijn betekenis en zin ontleent. Ook de mens ontsnapt niet aan deze biologische kringloop. Anders dan in vroegere kunsttradities wordt deze gedachte niet door middel van motieven uitgebeeld maar ligt ze vervat in het materiaal als dusdanig dat de sporen van vergankelijkheid in zich draagt. Het kunstwerk toont het aftakelingsproces waaraan het uiteindelijk zelf ten onder gaat. Dit proces kent een trage beweging, het ontwikkelt zich langzaam, vanuit een temporeel bewustzijn en meestal zonder cynisme. Onderweg hebben kunstenaars immers vaak oog voor de esthetiek van de ruïne, voor de soms kleurrijke of vreemdsoortige textuurcreaties bij schimmelvorming die schilderkunstige patronen voor de geest roepen.
