Archief voor februari 2009

h1

voeding in de religies

februari 1, 2009

Spijswetten in religies

Voedsel is geen neutrale zaak binnen de verschillende religies. De verschillende religies hebben allemaal hun eigen kenmerken en regels. Een aantal van die regels zijn de spijswetten: dit zijn wetten die het consumptiepatroon van de leden van de betreffende godsdienst beschrijven. Hieronder vallen zowel verboden levensmiddelen als toegestaan voedsel. Zowel de manier van slachten en produceren, bereiden, bewaren of nuttigen, worden in meer of mindere mate door het geloof bepaald.

De islam verbiedt producten zoals varkensvlees, aaseters en alcohol of andere verdovende middelen. Vlees van andere dieren mag geen bloed bevatten, de slachtwijze is er op gericht het dier te laten bloeden. Er mag niet verdoofd worden bij de slacht maar daarbij moet worden opgemerkt dat de religieuze slachtwijze (waarbij de naam van Allah wordt uitgesproken) er niet op gericht is om het dier veel pijn te doen. De rustdag is de vrijdag: op deze dag wordt niet geslacht. Tijdens de Ramadan wordt van zonsopgang tot zonsondergang gevast. In landen waar met de handen wordt gegeten zal altijd de rechterhand worden gebruikt, de linkerhand is onrein.

Het jodendom verdeelt voedsel in koosjer (religieus toegestaan) en niet koosjer. Vlees en zuivel moeten strikt gescheiden worden. Dit gaat zo ver dat er twee serviezen en twee aparte pannensets zijn. Ook de joodse wet kent het verbod op bloed, bepaalde vissoorten (zonder schubben) en varkensvlees, maar ook op bepaalde planten. Koosjere spijzen en dranken mogen niet in contact komen met niet koosjere voedingsmiddelen. De rustdag is zaterdag (sabbat), op deze dag mag er strikt formeel geen eten bereid worden maar wel worden gegeten. De strenge koosjere wetten worden in orthodoxe kringen wel toegepast maar in de meeste westerse gemeenschappen wordt er wat minder strikt mee omgegaan.

Boeddhisten mogen geen vlees en geen planten uit de uienfamilie eten. Eiwitten worden geleverd door tarwegluten en sojabonen. Alcohol is streng verboden. In bepaalde boeddhistische orden mag men na het middaguur niets meer eten.

Het hindoeïsme heeft geen geschreven spijs- en drankwet maar door het geloof in reïncarnatie zijn de hogere kasten bijna allen vegetariërs. Rundvee is heilig en wordt dus niet gegeten. Het gebruik van alcohol en te veel kruiden wordt sterk afgeraden. Tenslotte is reinheid erg belangrijk. Bereiders van voedsel moeten altijd rein zijn, evenals de consumenten van het voedsel.

Mormonen worden aangeraden het lichaam zo gezond en rein mogelijk te houden. Cafeïnehoudende dranken (koffie, thee, cola) zijn verboden, en ook tabak wordt afgeraden. Een aspect van de leer is dat de mormoon zelfstandig moet zijn en zichzelf moet kunnen voorzien. Voorraadvorming is een aspect waar aandacht aan besteed wordt, vandaar dat mormonen een grote nood hebben aan gedroogd en ingeblikt voedsel.

Christenen kennen niet veel spijsvoorschriften. Carnaval, de vastenperiode en Pasen zijn echter wel overblijfselen uit een tijd waarin spijsvoorschriften geldig waren. Na Aswoensdag werd men geacht matig en sober te eten, om vervolgens met Pasen weer volop te genieten. Katholieken hanteerden de vrijdag als visdag. Maar tegenwoordig wordt (uit gezondheidsoverwegingen) geadviseerd om 2x per week vis te eten en ‘vrijdag visdag’ komt in Nederland [en België] nog maar sporadisch voor.
Brood, wijn en olie in het christendom

In de vierde eeuw werd de christelijke godsdienst de officiële cultuur van het keizerrijk en vanaf dat moment manifesteerde deze zich in vele opzichten als getuige en erfgenaam van zowel de joodse cultuur als de Griekse en de Romeinse. Het christendom dat in een authentieke mediterrane beschaving ontstaan en tot ontwikkeling gekomen was, had niet getalmd om als voedingssymbolen en instrumenten voor zijn eredienst die producten te kiezen die zowel in materiële als ideologische zin de basis vormden van deze beschaving: brood en wijn. Na niet geringe polemieken kregen zij de rol toebedeeld van heilige voedingsmiddelen bij uitstek, het beeld en middel van het wonder van de eucharistie. En ook olie, die eveneens onmisbaar was voor de liturgie (voor de toediening van de heilige sacramenten en speciaal om de verlichting in de heilige plaatsen te ontsteken). Enerzijds impliceerde deze keuze een breuk met de joodse traditie, die zowel het brood als de wijn van het offerritueel uitsloot. Brood was gezuurd en derhalve in zekere zin ‘verdorven’ voedsel, wijn was behalve een gefermenteerde een bedwelmende drank. Anderzijds werd door deze keuze de opname van het nieuwe geloof in het waardensysteem van de Romeinse wereld gemakkelijker gemaakt. We kunnen deze redenering ook omdraaien: in de rituele verering van deze drie producten kunnen we natuurlijk ook de invloed van een cultuur, de Romeinse, herkennen, die op veel aspecten van het opkomende christendom haar stempel drukte. Zeker is, of het nu was vanwege de prestige van de Romeinse traditie of vanwege de stimulerende kracht van het nieuwe geloof, dat brood, wijn en olie een buitengewoon succes kenden. Naarmate het christendom zich gaandeweg in Europa verspreidde, en, soms ook op gewelddadige wijze, de plaats innam van andere vormen van religie, werden deze producten – die reeds wijde bekendheid genoten in de sterk geromaniseerde streken – ook het symbool van het nieuwe credo.

De symbolische lading die de christelijke schrijvers uit de vierde en vijfde eeuw aan brood, wijn en olie meegaven is buitengewoon intens. Over Ambrosius leren we dat hij zijn welsprekendheid aanwendde ‘om het volk het wezen van uw [Gods] tarwe, de vreugde van uw olie en de ingetogen roes van uw wijn deelachtig te maken’.

Het feest op zondag

Feesten representeren het buitengewone, terwijl hun betekenis bepaald wordt door hun verhouding met het alledaagse. De verschijning van het feest toont iets van het wezen van de viering – in hun uitbundigheid en overvloed leveren feesten kritiek op het gewone leven, maar zij maken het dagelijkse zo ook draaglijk. (…) Feesten kenmerken zich door uitbundigheid in muziek, licht, beweging en taal, in eten en drinken, in versiering en tooi. Een ingetogen feest bestaat niet. Feesten zijn door overmaat en overvloed getekend. Ze overstijgen zo de beperktheid en schraalheid van het bestaan. Feesten duren eindeloos, alsof er geen einde bestaat. Vierend lijken er geen grenzen aan wat mogelijk is. Feestend wordt de stilte doorbroken, de eenzaamheid vergeten, is men open voor het andere en de anderen. (…)

De zondag is het op de weekcyclus betrokken Paasfeest. De christelijke zondag staat in het teken van de herdenking van het heilsgebeuren van de opstanding, de doorbreking van de geschiedenis. De zondag staat in het teken van de bijeenkomst van de gemeente ter viering van de eucharistie, Christus’ dood en opstanding. Deze sacramentele handeling onderscheidt zich van alle andere religieuze gebruiken en handelingen daarin dat de bijeenkomst van de gemeente op een bepaalde plaats en tijd en volgens bepaalde regels als noodzakelijk voor het ritueel is vereist. Op de zondag wordt zo ook de gemeenschap gevierd, het doorbreken van isolement en eenzaamheid, de opheffing van vervreemding en begeerte. De symboliek van het ritueel – de maaltijd en de verkondiging – is niet instrumenteel, niet doelgericht. Het begrip doel veronderstelt dat het zwaartepunt van de zaak excentrisch is, er buiten ligt. In de liturgie kent de kerk geen doel. Er bestaat geen uitgewerkt pedagogisch plan. De feestelijke viering heeft alleen maar zin, zij bestaat in zichzelf. Het is als spel en als het scheppen van de kunstenaar. In de viering probeert men, als degene die een kunstwerk beschouwt, zichzelf terug te vinden, het innigste heimwee te vervullen. In die viering zijn zij die meedoen geworden als kinderen, spelend voor het aangezicht van de Heer. In die viering wordt het rusteloze zoeken naar een doel afgelegd, dan wordt er geleegd van genade, wordt de tijd verspild. De zondagse kerkdienst dient slechts de communitas. (…) Ook waar de zondag niet meer in de kerk gevierd wordt, blijft deze gemeenschapservaring typerend voor het feest. Dan wordt de gemeenschap gezocht in het voetbalstadion, op het strand en in ieder geval bij de avondmaaltijd. Is dat niet de gelegenheid waar het hele gezin bij elkaar komt?

h1

voedsel als kunst

februari 1, 2009

Voedsel als kunst vanuit een ander perspectief. Deze manier van voedselpresentatie komt overwaaien vanuit Azië. Een voorbeeld hiervan is bento: bento is de Japanse versie van de broodtrommel, maar rijsttrommel is een betere benaming aangezien de box altijd rijst bevat. Bento wordt in de verhouding 4:3:2:1 gemaakt: 4 delen rijst op 3 delen vlees of vis, 2 delen groenten en 1 deel pickle of toetje. Het is meer en meer verspreid geraakt over andere landen.

bento 3115956720_fafec8cbc6

afbeelding-9


h1

Citaten en spreuken

februari 1, 2009

* Als u ooit niet goed weet hoe u een steeds matter wordende conversatie weer op gang moet brengen, breng het gesprek dan op eten. L. Hunt
* Wie meer eet dan zijn lichaam nodig heeft, graaft zijn graf met zijn eigen tanden.
* “Is het eten nog niet klaar?” vroeg hij. Zij kookte.
* Wanneer men eet behoort men een derde van de maag met voedsel te vullen, een derde met drank en de rest leeg te laten. Talmud
* Samen eten is olie voor de vriendschap. Timmermans
* Tot je veertigste is het beter te eten dan te drinken. Daarna geldt het omgekeerde. Hebreeuws gezegde
* Morgen: dag waarop de meeste vermageringskuren beginnen. G. Knuth
* Geen liefde is oprechter dan de liefde voor eten. Shaw
* Men zegt wel: “Je bent wat je eet, maar wie wil er nu een krop sla zijn?”
* Eerst komt het eten dan de moraal. B. Brecht
* De hele natuur is een vervoeging van het werkwoord eten, zowel actief als passief. Dean Inge
* Wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. Jiddisch
* Huishoudelijke tip: met alcohol kan je alles bewaren, behalve geheimen. G. Komrij
* Alcohol is vergiftigde moedermelk. J. G. Sibeluck
* Water heeft al veel meer mensen gedood dan alcohol. Kijk maar eens naar de zondvloed. Jan Hoet
* Je moet eerder bedenken met wie je wilt eten of drinken dan wat je wilt eten en drinken. Want zonder een vriend is ons leven het voederen van een leeuw of een wolf. Epicurus.
* Ik drink me elke dag weer dood en sta als Lazarus weer op. Jan Eijkelboom
* Er zal pas vrede op aarde heersen, wanneer alle soorten uniformen zijn afgeschaft op twee na: het witte van de kok en het zwarte van de ober. Hans Renner.
* Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os en haat daarbij. Spreuken 15
* Er zit meer filosofie in een fles wijn dan in alle boeken. Louis Pasteur
* Zelden ziet men zulke diepzinnige gezichten als bij de bestudering van de spijskaart. Emanuel Wertheimer
* Laat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven. Jesaja 22
* Welaan dan, eet uw brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart, want als gij dit doet, dan heeft God dit reeds lang zo gewild. Prediker 9,7
* Eet, drink en wees vrolijk. Het kan je laatste dag zijn. Shakespeare
* Zie, wat ik als goed heb opgemerkt, is dit: dat het voortreffelijk is te eten en te drinken en het goede te genieten bij al het zwoegen, waarmee iemand zich aftobt onder de zon gedurende de weinige dagen van zijn leven, die God hem schenkt, want dit is zijn deel. Prediker 5,17
* Men drinkt het leven zoals men wijn drinkt, en evenals de wijn, bedwelmt het sommigen en beurt het anderen op. A. Delicau
* De wijnstok brengt meer druiven voort wanneer hij jong is, doch betere wanneer hij oud is. Francis Bacon.
* Na een goed diner kan men iedereen vergeven, zelfs zijn eigen familieleden. Oscar Wilde.
* De klok is een mooie uitvinding om ons aan het etensuur te herinneren. Diogenes
* Als je het voedsel verwerpt, de gebruiken negeert, de religie vreest en de mensen vermijdt, kan je het beste thuis blijven. James Michener
* Bij een diner moet men verstandig, maar niet te veel eten en véél, maar niet te verstandig praten. W. Somerset Maugham
* Zodra men zijn roes heeft uitgeslapen, komen triomfantelijk de zorgen weer terug. Erasmus
* Drinken doet een beetje zeer, maar nuchter leven nog veel meer. Jan Boerstoel
* De bijbel zegt: ‘Drink uw wijn van ganser harte’. Maar het tempo staat er niet bij. Simon Carmiggelt
* De wijn maakt mal, maar weert ook de gal. Nederlands spreekwoord
* Elke dag eten we ons een beetje dichter naar het graf. Samuel Smiles
* Zij kunnen zich goed vinden in de woorden van de dichter Leon-Paul Fargue, die zijn geliefde Camembert aanprees als les pieds de Dieu:’Gods voeten’. Je zou er atheïst van worden. Midas Dekkers
* Die nooit genoeg heeft voor zijn mond, Leeft zelden vrolijk en gezond. Hieronymus van Alphen
* Er schuilt meer eenvoud in een man die in een opwelling kaviaar eet, dan in een man die droge biscuits eet uit principe. G. K. Chesterton
* Niemand kan verstandig zijn met een lege maag. George Eliot
* Ik kan niet zonder champagne. Na een overwinning verdien ik het en na een nederlaag heb ik het nodig. Napoleon
* Met alcohol kun je alles bewaren, behalve geheimen. Gerrit Komrij
* Ergens heb ik gelezen dat het er bij een diner niet zozeer op aankomt wat zich op tafel bevindt, als wel wat zich op de stoelen bevindt. Ik denk dat beide interessant moeten zijn. Marc Galle
* Eet meer gras, dat bevordert de kuddegeest. Freek de Jonge
* De dieren verzadigen zich, de mens eet; de mens van geest alleen weet te eten. Brillat Savarin
* De toekomst en het lot der volkeren hangen af van de wijze waarop ze zich voeden. Brillat Savarin
* Om smaak te hebben, moet men een ziel hebben. Vauvenargues
* Alle zwakhoofden zijn voor het tafelgenot ongevoelig. Guy de Maupassant
* Zelden denkt de mens met meer ernst aan iets dan aan eten. Samuel Johnson
* Gij zult eten om te leven en niet leven om te eten. Cicero
* Als een man brood bakt met onverschilligheid, bakt hij een bitter brood, dat slechts de helft van zijn honger stilt. Khalil Gibran
* Aan de miljoenen die geen twee maaltijden per dag hebben, kan God alleen verschijnen als brood. Mahatma Gandhi
* God schiep het eten, de duivel de koks. James Joyce
* De wijn is een spotter, de drank een luidruchtige, ieder die zich daaraan overgeeft, is onwijs. Spreuken 20,1

h1

Het laatste avondmaal

februari 1, 2009

Jezelf al ooit afgevraagd wat je graag zou eten als je laatste maaltijd ooit? Hier vind je de inspiratie, voor elke ter dood veroordeelde in de VS word op deze blog gepubliceerd wat hij of zij als galgenmaal gebruikte.

deadmaneating

h1

De allegorie van de vette jus

februari 1, 2009

Ik kwam dit tegen en het is typisch Hollands, maar er zit zoveel meer achter qua betekenis.

Je ziet Sjef van Oekel aan een tafeltje zitten, almaar doorzingend over eten terwijl de schotels zich om hem heen opstapelden, je krijgt het gevoel dat de tekst steeds krankzinniger word, om ten slotte te eindigen met een delirium.
Als je tekst apart leest lijkt het niet zo extravagant. Maar je mag de tekst niet isoleren van het visuele gedeelte, van wat er zichtbaar is op het tvscherm. Zoals in alle dramatische kunst vormen de woorden plus de regie 1 geheel, het oog doet even hard mee als het oor. De vette-jusepisode staat in het teken van ‘meer’. Steeds meer wordt er voor Van Oekel neergezet, merk op hoe in de tekst van het lied de woorden ‘veel’ en ‘vele’ telkens terugkomen. Steeds nieuwe gerechten worden aangedragen door een stroom van kelners: schotels worden opzij geduwd om plaats te maken voor andere; als de tafel vol is worden de schalen boven op elkaar gekwakt.
Het kan niet op en men blijft zitten met een eindindruk, niet zozeer van overvloed als wel van weerzin. De droom van een festijn is een nachtmerrie geworden. Het word nog verergerd als er een einde lijkt te komen aan de stroom van gerechten bij ‘koffie toe en dan naar bed’ maar het proces dan weer van voren af aan begint.
Wat te zeggen van het eten zelf? zijn het paradijselijke recepten uit de hoorn des overvloeds? verfijnde delicatessen? helemaal niet, wat er opgediend wordt is weinig delicaat, een samenloop van grove smaak.
Het is wel een kritiek op het Hollandse eten, maar de gerechten zijn niet specifiek Hollands, de opsomming weerspiegelt eerder hoe buitenlandse gerechten hun verschijning maken in onze supermarkten en in onze keuken: van overal wat en uit hun verband gerukt. Ze worden gekocht en zonder systeem in menu’s verwerkt.

Het is een menu van liefdeloos voedsel, burgerlijk en tegelijk agresief. Het eten wordt gebruikt om de mensen met hun neus te drukken op de waardeschaal van de burgerlijke eterij of op de waardeschaal van het najagen van een eindeloze stroom goederen die nooit bevredigd. Je blijft achter met een schuldgevoel en vol weerzin van jezelf.
De makers waren puriteinen, maar ook dichters. De hele scène heeft alle karakteristieken van grote poëzie: beeldend, op verschillende manieren te interpreteren, extravagant en mateloos. Het mag grof en afstotelijk lijken maar het verdient een plaats in de Eat-Art-stroming van de late jaren zestig.

h1

Yin shi nan nu (eat drink man woman)

februari 1, 2009

1994, Ang Lee.

De oude Chu (Lung) wijdde zijn leven aan de keuken en de traditie. De ingewikkelde schotels die hij klaarmaakt, hebben hem verwijderd van zijn drie dochters. De oudste, de zwaar christelijke Jen (Yang), is scheikundelerares geworden, de tweede, Kien (Wu), is een arrogante zakenvrouw, en de jongste, Ning (Wang), werkt bij McDonalds. Ze willen dat hun vader trouwt, zodat ze het huis uit kunnen. Dan komt er een weduwe naast hen wonen, Madame Liang (Gua). Zij neemt hem bij de hand en helpt hem bij de toenadering tot zijn dochters, die ook ingrijpende veranderingen in hun leven doormaken. Taipeh wordt heen en weer geslingerd tussen vernieuwing en traditie, wat zelfs de oudsten niet kan ontgaan. De film toont de vanzelfsprekendheid van de veranderingen, ondanks het uitermate stereotiepe gedrag van de protagonisten. Scenario van regisseur Lee, Hui-Ling Wang en James Schamus. Camerawerk van Jong Lin.

h1

Over de smaak in de kunst

februari 1, 2009

Voedsel en eten zijn door kunstenaars van alle tijden gulzig en veelvuldig creatief ingevuld wordt.

De stillevens uit de 16de tot en met de 20ste eeuw, hebben een thematiek die vaak verwijst naar een aantal ideeën rond ‘voedsel en eten’. Een stilleven staat bol van de symbolen. Ook de ijdelheid van aards bezit en het zintuiglijk plezier of het Vanitas-motief is erin terug te vinden. In het schilderen van de schoonheid van voedsel etaleert de kunstenaar zijn talent. Omgekeerd is de schoonheid van die etenswaren slechts van korte duur en zijn verval en vergankelijkheid onvermijdelijk. Een stilleven weerspiegelt dan ook tegelijk de gedachte van het memento mori, van de vergankelijkheid der dingen, van het feit dat we geboren zijn om te sterven.

heem_vanitas_still_instrum_

Het onderwerp ‘eten’ blijft brandend actueel voor de hedendaagse kunstenaars en vindt zijn toepassing in allerlei kunstdisciplines. Sommigen vatten ‘eten’ op als ‘geestelijk voedsel’. Anderen zien het eerder als een voorwendsel om de sociale en communicatieve aspecten van kunst te benaderen.

De ‘tableaux-pièges’ van Daniel Spoerri lopen in de voetsporen van het stilleven en verbeelden perfect de vergankelijkheid van het genot. Met zijn ‘Eat Art’, eetbare kunstwerken van bevriende kunstenaars, verwijst hij naar het samen eten en naar het scheppende, creatieve element in ‘eten’. Diezelfde thematiek is terug te vinden bij de eetbare sculpturen van Dorothée Selz.

spoerri-assemblage-1992-sev dorothee-selz

Voor Christine Dupuis en Thorsten Baensch is hun mobiele keuken een middel om met gelijkgezinden in contact te komen en te communiceren. Het videowerk van Hans Op De Beeck toont aan dat samen eten echter niet altijd de communicatie bevordert. De video van de tweelingzussen Liesbeth en Angelique Raeven heeft dan weer alles te maken met het vasten, het weigeren van voedsel. Decadentie en overdaad zijn onder meer terug te vinden in de kaviaarschilderijen van Georg Herold of in het beeldhouwwerk van Thierry De Cordier.

hansopdebeeck

259_illustratie_1

la-reaven

georg-herold

De installaties van Wolfgang Laib confronteren de kijker met het rituele aspect en de spirituele kracht van voedsel.

wolfgang-liab

Patrick Van Caeckenbergh durft voedsel te linken met architectuur. Joseph Beuys werkt vooral rond voedsel als economisch goed. De getatoueerde varkens of levende kunstwerken van Wim Delvoye zijn te situeren in diezelfde sfeer.

artwork_images_614_46868_joseph-beuys delvoye

delvoye-cloaca1

h1

Eat-Art

februari 1, 2009

In heel wat hedendaagse kunst worden levensmiddelen, voeding en tafelen in het creatieproces of het artistieke concept geïntegreerd.

Binnen de artistieke beeldtraditie vormt aandacht voor spijzen een vaste waarde. Voorstellingen van fruit, groenten, wild en gevogelte, van vis en schaaldieren, banket, suikergoed en geestrijke dranken duiken er frequent op. Zij verschijnen als stoffering binnen allerlei composities maar treden ook op als zelfstandig genre doorheen stillevens, ontbijtstukjes, vruchtbaarheidsallegorieën en personin en personoficaties allegoriennen disciplines maar ook als aparte genrestukken: stillevens en banket. De fantasierijke uitbeeldingen van de zestiende-eeuwse Italiaanse schilder Arcimboldo zijn ons wel bekend.

arcimboldo

In de schoot van de Kunstgeschiedenis ontwikkelden zich talrijke taferelen waarbinnen in afzondering of in gezelschap wordt gegeten en gedronken. Specifieke spijzen en dranken, typische entourages en de enscenering ervan, incarneren interessante sociaal-culturele codes. Feesten, eetpartijen of banketten getuigen van particuliere gewoontes, courante gebruiken, regels of etiquette. Ze vertellen over hun geografische herkomst, maatschappelijke klasse en persoonlijke identiteit.

800px-paolo_veronese_007

Tafelgewoontes spelen een belangrijke rol bij de imagebuilding van aparte personen, specifieke gezelschappen en organisaties. Tafelen wordt als statussymbool vaak met prestige geassocieerd en vandaag hebben werklunches en bedrijfsfeesten hun plaats in het dagelijkse leven veroverd. Eten beantwoordt aan een fysieke behoefte en is letterlijk van levensnoodzakelijk belang. Voor het rijke Westen is dit een evident en alledaags gebeuren. Samen tafelen doet men evenwel ook op de cruciale momenten van het leven: bij vreugdevolle gebeurtenissen of bij hartverscheurend verlies.

Eten impliceert een in min of meerdere mate besloten gebeuren en varieert van een spontaan, intiem samenzijn tot een sociaal gestuurd gemeenschappelijk festijn. Het kan ook symptoom zijn van existentiële eenzaamheid of teken van maatschappelijke uitstoting. Samen tafelen staat immers niet enkel voor de bevrediging van lichamelijke behoeftes maar het stilt ook een honger naar communicatie. Samen tafelen evoceert het verlangen naar symbiose van lichamelijk en psychisch welzijn. Samen tafelen is een intens menselijk gebeuren dat getuigt van sociale dynamiek die ook het particuliere ten goede komt. De steeds groter wordende belangstelling voor eetwaar, koken en tafelen in de hedendaagse Kunst resulteert uit zowel artistiek interne als artistiek externe factoren.

Integratie van voedingswaar als readymade roept uiteraard een artistieke strategie van Marcel Duchamp voor de geest. Het valt inderdaad niet te loochenen dat in het hedendaagse kunstlandschap meer dan eens neo-dadaïstische reflecties opduiken maar ook surrealistisch poëtiserende accenten vormen een belangrijke onderstroom binnen Art & Food connotaties.

claes-oldenburg

Erotische verbindingen tussen eten en seksualiteit, zoals door de door Freud begeesterde surrealistische kunstenaar Salvador Dalí niet enkel in suggestieve beeldspraak maar ook in hallucinerende performances werden gesuggereerd, duiken ook nu nog op.

dali-autumncannibalism

Demonstratieve aandacht voor verleiding op grond van zintuiglijke prikkelwaarde, gekoppeld aan het vooruitzicht op zinnelijk genot als onmiddellijk daaruit voortvloeiende act (degusteren) maakt begrijpelijk dat een strikte scheiding tussen artistieke verwerking van voedsel readymades enerzijds en koken of tafelen als artistieke bedrijvigheid anderzijds niet altijd relevant is.

Het kook- of keukengebeuren waarbij kunstenaars als koks of pasteibakkers deeg kneden, vlees malen, chocolade brouwen, … verdient inderdaad speciale aandacht. Kunstenaars geven immers op ambachtelijke wijze vorm aan objecten of installaties die al dan niet rechtstreeks op voedsel betrekking hebben. Het materiaal kan in bepaalde gevallen autoreferentieel zijn maar dat is niet noodzakelijk.

In relatie tot hoger genoemde creaties kan een link worden gelegd met de Eat Art als consumeerbare Kunst. Zij is eet- en verteerbaar in de letterlijke betekenis van het woord en ondergaat aldus het normale biologische verwerkingsproces van kauwen, verteren en afscheiden. Eat Art verschilt dus duidelijk van kunstwerken samengesteld uit voedingswaren die in principe eetbaar zijn maar door de kunstenaar op grond van zijn artistiek concept niet tot consumptie zijn voorbestemd.

Eat Art impliceert dus de systematisering van letterlijke kunstconsumptie. In deze context speelde Daniel Spoerri in het begin van jaren zestig een baanbrekende rol. Zijn tableau-pièges waarbij resten en sporen van vriendschappelijk tafelen als relieken aan het oorspronkelijke tafelblad werden bevestigd en nadien in hun geheel verticaal tegen de muur werden opgehangen, impliceerden werkelijke (ver)stil(de) levens als gefixeerde momenten van een gemeenschappelijk gebeuren.

daniel-spoerri

Bij Kunst worden bovendien ook grondstoffen (al dan niet materieel van aard), via intuïtieve toevalligheid (zoals bij het koken) procesmatig omgevormd tot een nieuwe substantie (al dan niet materieel van aard) en nadien aan het publiek al dan niet mentaal ter consumptie of ter participatie aangeboden. Het kookproces zelf en dus ook de artistieke creatie wordt door de kunstenaars dikwijls als een alchemistisch proces geïnterpreteerd. Naar de Kunst toe betekent dit dat triviale materialen doorheen de scheppingsact een transformatie ondergaan die hen een artistieke dimensie verleent.

Het mag ons trouwens niet ontgaan dat het tafelen op zich teruggaat op oeroude rituelen waar het samenzijn, het in communio rond een basisgedachte of overtuiging, centraal staat. Dit gemeenschapsritueel dat ook in de christelijke leer een belangrijke rol speelt, heeft tot inspiratie gediend voor de uitbeelding van talrijke voorstellingen van het Laatste Avondmaal: het afscheidsritueel van Jezus en zijn apostelen, het besef van menselijk verraad en de instelling van de Eucharistie die de toekomstige afwezigheid van Christus ten allen tijde in aanwezigheid zou omzetten. Dit laatste attendeert op het geheim van de transsubstantiatie waarbij brood in lichaam en wijn in bloed worden getransformeerd zonder dat hiervan de zichtbare sporen te zien zijn.

avondmaal_davinci_grt

Het kunstwerk dat als consumptieobject onderhevig is aan dezelfde grillige wet van vraag en aanbod. Net zoals de culinaire industrie haar waren uitstalt en deze tot oogverblindende banketten omtovert, zo componeert en etaleert de kunst zichzelf. Beiden delen het strategische spel van enscenering.

Maatschappelijk gezien vormen eetgewoontes en lichaamscultuur veelal de hoeksteen binnen de promotie van commercieel gestuurde mensbeelden.

Dwingende, veelal vrouwelijke schoonheidsidealen liggen aan de basis van obsessionele reacties die vaak ernstige lichamelijke en psychische letsels veroorzaken.

In specifieke gevallen kan de keuze voor organisch materiaal in de vorm van voedingsmiddelen begrepen worden als metafoor voor de menselijke eindigheid. Groenten en vruchten worden opgevoerd in hun procesmatig verloop van groei, bloei en verrotting. Een vergankelijkheidproces dat op zijn beurt nieuw leven helpt genereren en hieraan zijn betekenis en zin ontleent. Ook de mens ontsnapt niet aan deze biologische kringloop. Anders dan in vroegere kunsttradities wordt deze gedachte niet door middel van motieven uitgebeeld maar ligt ze vervat in het materiaal als dusdanig dat de sporen van vergankelijkheid in zich draagt. Het kunstwerk toont het aftakelingsproces waaraan het uiteindelijk zelf ten onder gaat. Dit proces kent een trage beweging, het ontwikkelt zich langzaam, vanuit een temporeel bewustzijn en meestal zonder cynisme. Onderweg hebben kunstenaars immers vaak oog voor de esthetiek van de ruïne, voor de soms kleurrijke of vreemdsoortige textuurcreaties bij schimmelvorming die schilderkunstige patronen voor de geest roepen.

fabre2